> English > Français


Woorden van Albert Schweitzer


WOORDEN VAN ALBERT SCHWEITZER

Uit: Het licht in ons en spirituele gedachten - Albert Schweitzer

Niet op kwantiteit, maar kwaliteit van het werken komt het aan. (p. 10)

In het jeugdidealisme schouwt (ziet) de mens de waarheid. (p. 12)

Waar kracht is, is uitwerking van kracht . Geen zonnestraal gaat verloren. (p. 15)

Alleen omdat ik op de kracht van de waarheid van de geest vertrouw, geloof ik in de toekomst van de mensheid. (p. 9)

De ene mens heeft recht op de andere mens.

Wij krijgen allen de gelegenheid voor een mens mens te worden. (p. 17)

Alleen wie ‘eerbied’ (respect) koestert (heeft) voor de ‘geestelijke persoonlijkheid’ van anderen, kan voor anderen werkelijk iets zijn. (p. 18)

Waar licht in de mens is, straalt het uit hem naar buiten. (p. 18)

Boven ‘alles’ verheven is de hulpvaardigheid van mens tot mens. (p. 19)

Hier geldt alleen geven, wat tot geven wekt. (p. 20)

Idealen zijn een rijk bezit, je mag ze nooit ruilen voor iets anders.

Vrede is de kunst van de volharding en de moed om er vol vertrouwen aan te blijven werken, ook als de resultaten niet dadelijk zichtbaar zijn. Wie zich voor de vrede inspant, helpt de weg naar de toekomst effenen en durft het aan pas morgen gelijk te krijgen.

Ik ben leven dat leven wil te midden van leven dat leven wil.

Geluk is het enige wat zich verdubbelt als men het deelt.

Gebeden veranderen de wereld niet, maar ze veranderen mensen en mensen veranderen de wereld.

De grote verwezenlijkingen ontstaan uit de som van dagelijkse inspanningen.

Zoals de door het water draaiende schroef het schip voortstuwt, zo stuurt de eerbied voor het leven de mensheid voort.
Je moet je geloof in mensen bewaren. Schenk hun je vertrouwen. Probeer een oprecht en spontaan levend mens te zijn.

Het is eigenlijk een beroepsgeheim, maar ik vertel het je toch: Wij dokters doen niets. We helpen alleen de dokter binnen in je, en moedigen hem aan.

Ik weet niet wat je bestemming zal zijn, maar één ding weet ik wel: de enigen onder ons die echt gelukkig zullen worden zijn degenen die zochten hoe ze moesten dienen en dat gevonden hebben. (p. 119)

In ieders leven dooft op zeker moment het innerlijk vuur. Het wordt weer opgepord door een ontmoeting met een ander menselijk wezen. (p. 102)



Terug